
De Nederlanders die tijdens de burgeroorlog naar Spanje vertrokken waren vaak politiek gemotiveerd. Degenen die de Republiek steunden waren veelal afkomstig uit de linkerkant van het politieke spectrum, de aanhangers van de nationalisten van generaal Franco van de rechterkant. Waarom ze tegen een van beide strijdende partijen waren, konden ze meestal beter formuleren dan waarom ze voor de ene of andere partij gekozen hadden.
De Spaanse burgeroorlog zag er op het eerste gezicht dan ook vrij simpel uit voor een partijdige Nederlander. Voor de sympathisanten van de Republiek was het een duidelijke zaak. De opstandige militairen van Franco hadden een coup gepleegd tegen de in februari 1936 democratische gekozen regering. Deze nationalisten werden gesteund door fascisten, monarchisten, grootgrondbezitters, het leger en de katholieke kerk. Bovendien kwam er steun van fascistisch Italie en nazi-Duitsland, waardoor het voor de buitenwereld helemaal een antifascistische strijd werd.
>>Lees verder.